Hypotheek met studieschuld: hoeveel kun je lenen in 2026?
Heb je nog een studieschuld bij DUO en wil je weten wat dat met je hypotheek doet? Kort antwoord: het scheelt, en hoevéél hangt af van je maandelijkse termijnbedrag — niet van de hoogte van je schuld. In het voorbeeldscenario hieronder (€45.000 bruto, alleenstaand) daalt de maximale hypotheek van €207.262 naar €174.472 bij een DUO-termijnbedrag van €150 per maand. Een hypotheekverstrekker past daar bovendien de wettelijke bruteringsfactor op toe (×1,20 bij deze toetsrente), waardoor de uitkomst nóg lager ligt: €167.915, ofwel circa €39.000 minder. Waarom dat zo is, staat verderop uitgelegd.
Er zit ook een kans in. Reken je nog met een vast percentage — 0,65%, 0,75%, iets in die orde — dan klopt dat cijfer niet meer. Sinds 2024 telt een hypotheekverstrekker je werkelijke, actuele DUO-termijnbedrag. Daardoor kan extra aflossen op je studieschuld je leenruimte verhogen zodra DUO je termijnbedrag herberekent — bij andere schulden werkt dat lang niet altijd zo.
Het oude percentage is weg: sinds 2024 telt je werkelijke termijnbedrag
Tot en met 2023 rekende een hypotheekverstrekker met een vast percentage van je oorspronkelijke studieschuld (destijds 0,75%/0,35% — in eerdere jaren golden weer iets andere percentages). Vanaf 2024 is dat systeem vervangen.
De hoofdregel is nu: een hypotheekverstrekker telt het werkelijke maandbedrag dat je aan DUO betaalt (rente + aflossing samen), en vermenigvuldigt dat met een bruteringsfactor. Die factor hangt af van de rente waarmee je hypotheek wordt getoetst (de toetsrente) — niet van je studieschuld zelf. Zo staat het, woordelijk, in de wet (artikel 3a, tweede lid, van de Tijdelijke regeling hypothecair krediet):
| Toetsrente van je hypotheek | Bruteringsfactor |
|---|---|
| tot en met 2,000% | 1,05 |
| 2,001% – 2,500% | 1,10 |
| 2,501% – 3,000% | 1,15 |
| 3,001% – 3,500% | 1,20 |
| 3,501% – 4,000% | 1,20 |
| 4,001% – 4,500% | 1,25 |
| 4,501% – 5,000% | 1,30 |
| 5,001% – 5,500% | 1,30 |
| 5,501% – 6,000% | 1,35 |
| vanaf 6,001% | 1,40 |
Concreet: betaal je nu €150 per maand aan DUO, en wordt je hypotheek getoetst tegen een rente van 3,65% (bandbreedte 3,501–4,000%), dan telt daar in werkelijkheid €150 × 1,20 = €180 per maand als verplichting mee — niet de kale €150.
Een uitzondering (artikel 3a, derde lid): in drie specifieke situaties rekent een hypotheekverstrekker juist ánders — met een berekend bedrag op basis van je actuele restschuld, de actuele rente en de resterende looptijd, in plaats van je werkelijke termijnbedrag. Dat geldt alleen als (a) je nog geen termijnbedrag verschuldigd bent, (b) je in een aflosvrije periode zit, of (c) je termijnbedrag al is verlaagd omdat DUO je draagkracht heeft getoetst. Voor de meeste starters met een gewone, lopende aflossing is dit niet aan de orde — de hoofdregel hierboven geldt dan gewoon.
Bron: art. 3a lid 1–3 Trhk (BWBR0032503), geldend 01-01-2026, woordelijk uit de geldende wettekst — GB-09-bronverificatie punt 1 (peildatum 2026-07-11).
Waarom extra aflossen hier loont — en dat is niet bij elke schuld zo
Dit is de kern van waarom studieschuld een bijzonder geval is. Kijk naar het verschil met twee andere veelvoorkomende verplichtingen:
- Bij een persoonlijke lening of een doorlopend krediet/creditcard met gespreid betalen rekent een hypotheekverstrekker met 2% van de oorspronkelijke krediet- of leensom — het bedrag waarmee je ooit gestart bent (of, bij zo’n creditcard, je kredietlimiet; een creditcard die je elke maand volledig automatisch afbetaalt telt niet mee als krediet). Los je een deel af, dan verandert die 2%-last niet: de norm kijkt naar het oorspronkelijke bedrag, niet naar wat je nog moet betalen.
- Bij studieschuld rekent een hypotheekverstrekker juist met je werkelijke, actuele termijnbedrag. Zorg je ervoor — bijvoorbeeld door extra af te lossen — dat DUO je maandbedrag herberekent naar een lager bedrag, dan telt dat lagere bedrag ook mee in de hypotheekberekening. Rijksoverheid.nl bevestigt dit expliciet: een lager DUO-termijnbedrag betekent meer leenruimte.
Met andere woorden: bij een persoonlijke lening of een creditcardlimiet met gespreid betalen helpt aflossen je leenruimte niet (de norm blijft aan het oorspronkelijke bedrag hangen); bij studieschuld helpt het wél, zodra DUO herberekent. Dat is precies waarom “extra aflossen loont” bij studieschuld een andere, sterkere betekenis heeft dan bij de meeste andere schulden.
Dat is niet hetzelfde als “extra aflossen is de juiste keuze”. Geld dat je aan een extra aflossing besteedt, is niet meer beschikbaar als eigen inbreng — bijvoorbeeld voor de kosten koper of als buffer. Of dat voor jou opweegt tegen de extra leenruimte, hangt af van je hele financiële situatie; dit artikel legt alleen de rekenregel uit, niet wat voor jou verstandig is. Wil je toch een herberekend termijnbedrag, vraag dat dan bij DUO op en lever het schriftelijk aan bij je hypotheekaanvraag.
Bron: NHG Voorwaarden & Normen 2026-1, §C.7.16.1 (2%-regel persoonlijke lening/doorlopend krediet) — feiten-register 007 §“Verplichtingen — normweging per type” (peildatum 2026-07-17); creditcard-afbakening = Paul-vakbeslissing, feiten-register 007 §“Verplichtingen — vakcorrecties” (peildatum 2026-07-21); rijksoverheid.nl (extra aflossen studieschuld) via GB-09-bronverificatie punt 1 (peildatum 2026-07-11).
Hoeveel minder kun je lenen met een studieschuld? Een doorgerekend voorbeeld
Onderstaande bedragen zijn geen vuistregel en geen inschatting. We hebben ze op 11 augustus 2026 zelf doorgerekend met onze eigen rekentool (dezelfde engine die achter de rekentool zit), voor één vast scenario: bruto jaarinkomen €45.000, geen partner, energielabel C, met NHG, rente-aanname 3,65%. Dat is hetzelfde scenario als in de eerdere deelartikelen over de optelsom van verplichtingen en private lease — zo zijn de bedragen onderling vergelijkbaar.
| DUO-termijnbedrag | Maximale hypotheek | Verschil t.o.v. geen studieschuld |
|---|---|---|
| €0 (geen studieschuld) | €207.262 | — |
| €150 per maand | €174.472 | − €32.790 |
| €100 per maand | €185.402 | − €21.860 |
| €50 per maand | €196.332 | − €10.930 |
Bron: eigen rekentool, POST /berekenen/maximaal — first-party engine-doorrekening, scenario: bruto jaarinkomen €45.000, geen partner, energielabel C, met NHG, rente-aanname 3,65%, peildatum 2026-08-11.
Stel: je betaalt nu €150 per maand aan DUO en lost, over een aantal jaar, versneld af tot je termijnbedrag naar €100 per maand zakt. In dit scenario loopt de maximale hypotheek dan op van €174.472 naar €185.402 — €10.930 méér leenruimte, alléén door het lagere termijnbedrag. Zak je door naar €50 per maand, dan komt er nog eens ongeveer hetzelfde bedrag bij. In dit ene scenario levert elke €50 minder termijnbedrag ongeveer €10.930 extra hypotheekruimte op — een verhouding van circa €218 per euro termijnbedrag, exact dezelfde verhouding als in het deelartikel over de optelsom van verplichtingen (zelfde basisscenario, dus consistent). Dat is een kenmerk van dít voorbeeld (dit inkomen, deze rente, dit energielabel), geen universele vuistregel — bij een ander inkomen of een andere rente ligt die verhouding anders.
Waar onze som (nog) afwijkt van de norm
Eerlijkheid hoort bij controleerbaarheid, dus we laten ook zien waar onze eigen tool het bruteringsmechanisme hierboven nog niet meeweegt.
De tabel hierboven rekent met je DUO-termijnbedrag kaal, precies zoals je het intikt — zonder de bruteringsfactor uit de wettelijke tabel. Pas je die factor wél toe (bij 3,65% rente is dat 1,20), dan zou een hypotheekverstrekker met een hóger bedrag rekenen dan wat in de tabel hierboven staat: €150 wordt dan €180, €100 wordt €120, €50 wordt €60. Rekenen we die gebruteerde bedragen zelf door in dezelfde rekentool en hetzelfde scenario, dan komt daar dit uit:
| DUO-termijnbedrag | Gebruteerd bedrag (× 1,20 bij 3,65% rente) | Maximale hypotheek (gebruteerd) |
|---|---|---|
| €150 per maand | €180 | €167.915 |
| €100 per maand | €120 | €181.030 |
| €50 per maand | €60 | €194.146 |
Concreet gevolg: de bedragen in de eerste tabel vallen bij een echte aanvraag eerder nóg wat lager uit, niet hoger. Maar het aflossen-effect wordt er niet kleiner van — eerder groter: in dit gebruteerde voorbeeld levert de stap van €150 naar €100 termijnbedrag ongeveer €13.115 extra leenruimte op (tegen €10.930 in de kale tabel hierboven), omdat de bruteringsfactor het verschil tussen de bedragen mee vergroot. Extra aflossen loont dus in werkelijkheid minstens zo hard als de kale tabel al laat zien — mogelijk zelfs iets harder.
Dat is geen zwak punt dat we liever verzwijgen — het is precies het soort controleerbaarheid waar we voor staan: we laten zien wat onze tool vandaag doet, waar hij (nog) afwijkt van de norm, én wat dat concreet betekent, in plaats van één getal te roepen alsof het een gegarandeerde uitkomst is.
Bron: art. 3a lid 2 Trhk (BWBR0032503, bruteringsfactor 1,20 bij 3,65% toetsrente); eigen rekentool, POST /berekenen/maximaal, zelfde scenario, peildatum 2026-08-11.
Veelgestelde vragen
Hoeveel minder hypotheek krijg ik door mijn studieschuld?
Dat hangt af van je maandelijkse DUO-termijnbedrag, niet van de hoogte van je schuld. In ons voorbeeldscenario (€45.000 bruto, alleenstaand, energielabel C, met NHG, rente-aanname 3,65%, doorgerekend op 11 augustus 2026) daalt de maximale hypotheek van €207.262 zonder studieschuld naar €174.472 bij €150 per maand: €32.790 minder. Dat is de kale doorrekening. Telt een hypotheekverstrekker daar de wettelijke bruteringsfactor bij op (×1,20 bij deze toetsrente), dan komt de uitkomst lager uit: €167.915, ofwel €39.347 minder — zie waar onze som afwijkt van de norm. Het zijn uitkomsten van één scenario, geen gegarandeerde bedragen: met een ander inkomen, energielabel of rente verschuift alles mee. Reken daarom je eigen situatie door.
Is het echt zo dat aflossen op mijn studieschuld mijn hypotheek verhoogt?
Voor zover het je DUO-termijnbedrag verlaagt: ja. Een hypotheekverstrekker rekent met je werkelijke, actuele termijnbedrag (× de bruteringsfactor); een lager termijnbedrag geeft dus meer leenruimte. Vraag bij DUO een herberekening op zodra je extra hebt afgelost.
Werkt aflossen bij een persoonlijke lening of creditcardlimiet net zo?
Nee. Daar rekent een hypotheekverstrekker met 2% van het oorspronkelijke leenbedrag of, bij een creditcard met gespreid betalen, de kredietlimiet — dat verandert niet door aflossen. Dat is precies het verschil met studieschuld hierboven. (Een creditcard die je elke maand volledig automatisch afbetaalt telt sowieso niet mee als krediet.)
Wat is die bruteringsfactor precies?
Een wettelijk vastgelegde vermenigvuldigingsfactor (1,05 tot 1,40) die aangeeft hoeveel zwaarder je werkelijke DUO-termijnbedrag meetelt, afhankelijk van de rente waartegen je hypotheek wordt getoetst. Bij een lage toetsrente is de factor het laagst, bij een hoge toetsrente het hoogst.
Zijn de oude percentages (0,65%/0,35% of 0,75%/0,35%) nog geldig?
Nee. Die vaste percentages van je oorspronkelijke schuld hoorden bij de systematiek van vóór 2024. Sinds 2024 telt je werkelijke, actuele termijnbedrag — geen vast percentage meer.
Is dit hypotheekadvies?
Nee. Dit artikel legt de rekenregel uit die een hypotheekverstrekker voor studieschuld hanteert; het is geen advies over óf, wanneer of hoeveel je zou moeten aflossen.
Reken je eigen situatie door
De bedragen hierboven zijn één voorbeeldscenario — ze zijn niet jouw situatie. Wil je weten wat jóuw DUO-termijnbedrag doet met jouw maximale hypotheek?
Ga naar de rekentool en klap “Per type uitsplitsen” open: vink studieschuld aan en vul je eigen DUO-termijnbedrag in. De tool telt dat bedrag mee zoals je het intikt; bij studieschuld staat er een kanttekening bij dat type dat een hypotheekverstrekker het in werkelijkheid nog net anders kan wegen (zoals hierboven uitgelegd) — een preciezere weging volgt in een latere stap. Twijfel je hoe jouw aflossing precies doorwerkt, of heb je naast studieschuld nog andere verplichtingen? Dat kan ook in de chat — die vraagt ook per type door.
Meer over hoe álle verplichtingstypen (doorlopend krediet, persoonlijke lening, private lease, BNPL en alimentatie) meetellen, met bron per regel, staat in het hoofdartikel over verplichtingen en je maximale hypotheek, de pijler van deze serie.
Dit is informatie, geen advies. Simpel in Hypotheken is een rekentool. De uitleg hierboven is algemene, indicatieve informatie op basis van de regels die in 2026 gelden — geen persoonlijk financieel advies en geen aanbeveling om iets af te lossen of te houden. Een hypotheek is een lening met kosten en verplichtingen voor de lange termijn; wat je maximaal mag lenen is niet automatisch wat verstandig is. Voor een advies op jouw situatie is een erkend hypotheekadviseur de aangewezen persoon. Zie ook onze disclaimer. Meer over wie wij zijn en waarom we geen leads verkopen: zie over ons.