Naar de inhoud
simpel in hypotheken
Chat

Voor startersHoort bij het thema “Wat telt mee voor je hypotheek”. Startpunt: Verplichtingen en je maximale hypotheek 2026: de rekenregel per type

Hypotheek met studieschuld: wat is je maximale hypotheek in 2026?

Heb je nog een studieschuld bij DUO en wil je weten wat dat met je hypotheek doet? Kort antwoord: het scheelt, en hoevéél hangt af van je maandelijkse termijnbedrag — niet van de hoogte van je schuld. In het voorbeeldscenario hieronder (€45.000 bruto, alleenstaand) daalt de maximale hypotheek van €197.900 naar €160.633 bij een DUO-termijnbedrag van €150 per maand: circa €37.300 minder. Dat komt doordat een hypotheekverstrekker niet met je termijnbedrag zelf rekent, maar met een hóger bedrag — de wettelijke bruteringsfactor (×1,25 bij deze toetsrente) maakt van €150 een maandlast van €187,50. Onze rekentool doet dat sinds 25 augustus 2026 precies zo — zodra je je studieschuld apart opgeeft bij “Per type uitsplitsen”. Waarom dat zo werkt, staat verderop uitgelegd.

Er zit ook een kans in. Reken je nog met een vast percentage — 0,65%, 0,75%, iets in die orde — dan klopt dat cijfer niet meer. Sinds 2024 telt een hypotheekverstrekker je werkelijke, actuele DUO-termijnbedrag. Daardoor kan extra aflossen op je studieschuld je leenruimte verhogen zodra DUO je termijnbedrag herberekent — bij andere schulden werkt dat lang niet altijd zo.

Dit is informatie, geen advies. Dit artikel legt de rekenregel uit die sinds 2024 voor studieschuld geldt, aan de hand van onze eigen rekentool. Voor een besluit dat bij jóuw situatie past — bijvoorbeeld of extra aflossen voor jou verstandig is — kun je een (onafhankelijk) hypotheekadviseur raadplegen.

Met welke factor telt mijn studieschuld mee in 2026?

Met een factor tussen 1,05 en 1,40, afhankelijk van de rente waartegen je hypotheek wordt getoetst (de toetsrente) — zo staat het in artikel 3a, tweede lid, van de Tijdelijke regeling hypothecair krediet, geldend per 1 januari 2026. Bij een toetsrente van 4,44% is die factor 1,25, dus een DUO-termijnbedrag van €150 per maand telt mee als €187,50 — niet de kale €150.

De hoofdregel is dus: een hypotheekverstrekker neemt het werkelijke maandbedrag dat je aan DUO betaalt (rente + aflossing samen) en vermenigvuldigt dat met de bruteringsfactor die bij jouw toetsrente hoort — niet met je studieschuld zelf. Dat geldt zolang de rente op je hypotheek geheel of gedeeltelijk aftrekbaar is (ook art. 3a, tweede lid), en bij een gewone hypotheek voor je eigen woning is dat altijd zo. De volledige tabel staat woordelijk in de wet:

Toetsrente van je hypotheekBruteringsfactor
tot en met 2,000%1,05
2,001% – 2,500%1,10
2,501% – 3,000%1,15
3,001% – 3,500%1,20
3,501% – 4,000%1,20
4,001% – 4,500%1,25
4,501% – 5,000%1,30
5,001% – 5,500%1,30
5,501% – 6,000%1,35
vanaf 6,001%1,40

Concreet: betaal je nu €150 per maand aan DUO, en wordt je hypotheek getoetst tegen een rente van 4,44% (bandbreedte 4,001–4,500%), dan telt daar €150 × 1,25 = €187,50 per maand als verplichting mee — niet de kale €150. Onze rekentool rekent er ook zo mee zodra je je studieschuld apart opgeeft.

Een uitzondering (artikel 3a, derde lid): in drie specifieke situaties rekent een hypotheekverstrekker juist ánders — met een berekend bedrag op basis van je actuele restschuld, de actuele rente en de resterende looptijd, in plaats van je werkelijke termijnbedrag. Dat geldt alleen als (a) je nog geen termijnbedrag verschuldigd bent, (b) je in een aflosvrije periode zit, of (c) je termijnbedrag al is verlaagd omdat DUO je draagkracht heeft getoetst. Voor de meeste starters met een gewone, lopende aflossing is dit niet aan de orde — de hoofdregel hierboven geldt dan gewoon.

Het oude percentage is weg. Tot en met 2023 rekende een hypotheekverstrekker met een vast percentage van je oorspronkelijke studieschuld (destijds 0,75%/0,35% — in eerdere jaren golden weer iets andere percentages). Sinds 2024 is dat systeem vervangen door de brutering van je werkelijke termijnbedrag hierboven.

Bron: art. 3a Tijdelijke regeling hypothecair krediet, geldend 1 januari 2026 — de bruteringstabel (lid 2) en de uitzondering (lid 3), woordelijk uit de geldende wettekst; gecontroleerd 12 september 2026. De oude percentages komen uit de tabel in art. 3a Tijdelijke regeling hypothecair krediet, geldend 1 januari 2023: een percentage van de oorspronkelijke studieschuld dat afhangt van de DUO-rente — bij een rente onder 1% 0,65% (aflosperiode 15 jaar) en 0,35% (35 jaar), bij een rente van 1,5 tot 2% 0,75% (15 jaar). De DUO-rente was in 2023 1,78% (15 jaar) en 0,46% (35 jaar) — dus 0,75%/0,35% — en in 2021 en 2022 0,00% — dus 0,65%/0,35% (DUO, overzicht rentepercentages). Beide gecontroleerd 24 september 2026.

Waarom extra aflossen hier loont — en dat is niet bij elke schuld zo

Dit is de kern van waarom studieschuld een bijzonder geval is. Kijk naar het verschil met twee andere veelvoorkomende verplichtingen:

  • Bij een persoonlijke lening of een doorlopend krediet/creditcard met gespreid betalen rekent de NHG-norm per maand met 2% van de oorspronkelijke krediet- of leensom — het bedrag waarmee je ooit gestart bent — voor de resterende looptijd van die verplichting. Bij zo’n creditcard is dat je kredietlimiet (een creditcard die je elke maand volledig automatisch afbetaalt telt in onze lezing niet mee als krediet — de NHG-norm noemt creditcards niet met naam en spreekt dit niet tegen, maar bevestigt het ook niet met zoveel woorden). Los je een deel af, dan verandert die 2%-last niet: de norm kijkt naar het oorspronkelijke bedrag, niet naar wat je nog moet betalen — en telt dat mee voor de resterende looptijd van de verplichting.
  • Bij studieschuld rekent een hypotheekverstrekker juist met je werkelijke, actuele termijnbedrag. Zorg je ervoor — bijvoorbeeld door extra af te lossen — dat DUO je maandbedrag herberekent naar een lager bedrag, dan telt dat lagere bedrag ook mee in de hypotheekberekening. Rijksoverheid.nl bevestigt dit expliciet: een lager DUO-termijnbedrag betekent meer leenruimte.

Met andere woorden: bij een persoonlijke lening of een creditcardlimiet met gespreid betalen helpt aflossen je leenruimte niet (de norm blijft aan het oorspronkelijke bedrag hangen); bij studieschuld helpt het wél, zodra DUO herberekent. Dat is precies waarom “extra aflossen loont” bij studieschuld een andere, sterkere betekenis heeft dan bij de meeste andere schulden.

Dat is niet hetzelfde als “extra aflossen is de juiste keuze”. Geld dat je aan een extra aflossing besteedt, is niet meer beschikbaar als eigen inbreng — bijvoorbeeld voor de kosten koper of als buffer. Of dat voor jou opweegt tegen de extra leenruimte, hangt af van je hele financiële situatie; dit artikel legt alleen de rekenregel uit, niet wat voor jou verstandig is. Wil je toch een herberekend termijnbedrag, vraag dat dan bij DUO op en lever het schriftelijk aan bij je hypotheekaanvraag.

Bron: NHG Voorwaarden & Normen 2026-1, §C.7.16.1 (2%-regel persoonlijke lening/doorlopend krediet) en Rijksoverheid — extra aflossen op je studieschuld — gecontroleerd 12 september 2026. Dat een creditcard die je elke maand volledig automatisch afbetaalt niet als krediet meetelt, is onze eigen lezing: de NHG-norm noemt creditcards niet met naam.

Hoeveel lager wordt je maximale hypotheek met een studieschuld? Een doorgerekend voorbeeld

Onderstaande bedragen zijn geen vuistregel en geen inschatting. We hebben ze zelf doorgerekend met onze eigen rekentool (dezelfde engine die achter de rekentool zit, met de studieschuld apart opgegeven), voor één vast scenario: bruto jaarinkomen €45.000, geen partner, energielabel C, met NHG, met de laagste rente uit de rentestand van 12 oktober 2026 (4,44%) voor een NHG-annuïteit met 10 jaar rentevast (bij 10 jaar rentevast is dat meteen de toetsrente). Looptijd 30 jaar. De tool weegt het DUO-termijnbedrag daarbij zoals een hypotheekverstrekker dat doet: gebruteerd, dus €150 telt mee als €187,50. indicatie · 4,44% · 12 okt 2026

Vier dingen om te weten voordat je de bedragen overneemt. Dit is de laagste rente bij de aanbieders die wij volgen — die van jou kan hoger liggen, en dan komt er een ander bedrag uit. We werken de rente bovendien wekelijks bij, dus reken je vandaag opnieuw, dan kan de uitkomst afwijken — ook de verhouding tussen de bedragen, want die hangt mede af van welke renteklasse (en dus welke bruteringsfactor) op dat moment geldt. En dit is één scenario: met een ander inkomen, energielabel of een partner verschuift alles mee. In deze bedragen zit €17.000 die een aanbieder bij een alleenstaande buiten beschouwing mág laten bij het vaststellen van de financieringslast (art. 3 lid 8 Trhk) — in de uitkomst is dat maximaal €17.000 méér leenruimte. Onze rekentool past het toe; een verstrekker mag ervan afwijken. Rente en peildatum staan in “Zo rekenden we” onderaan deze pagina.

DUO-termijnbedragMaximale hypotheekVerschil t.o.v. geen studieschuld
€0 (geen studieschuld)€197.900—
€150 per maand (telt mee als €187,50)€160.633− €37.267
€100 per maand (telt mee als €125)€173.055− €24.845
€50 per maand (telt mee als €62,50)€185.478− €12.422

Bron: doorgerekend met onze eigen rekentool op de rentestand van 12 oktober 2026 (4,44%), scenario: bruto jaarinkomen €45.000, geen partner, energielabel C, met NHG, laagste rente uit onze wekelijkse oogst voor een NHG-annuïteit met 10 jaar rentevast, looptijd 30 jaar; DUO-termijnbedrag gebruteerd volgens art. 3a lid 2 Trhk. Die van jou kan hoger liggen, en dan komt er een ander bedrag uit — rente en peildatum staan in “Zo rekenden we” onderaan.

Stel: je betaalt nu €150 per maand aan DUO en lost, over een aantal jaar, versneld af tot je termijnbedrag naar €100 per maand zakt. In dit scenario loopt de maximale hypotheek dan op van €160.633 naar €173.055 — €12.422 méér leenruimte, alléén door het lagere termijnbedrag. Zak je door naar €50 per maand, dan komt er nog eens vrijwel evenveel bij. In dit ene scenario levert elke €50 minder termijnbedrag dus zo’n €12.400 extra hypotheekruimte op — een verhouding van circa €248 per euro termijnbedrag. Dat die verhouding hoger ligt dan bij andere verplichtingen is geen toeval: door de brutering telt elke euro die je van je termijnbedrag afhaalt voor €1,25 mee. Zie ook het deelartikel over de optelsom van verplichtingen, dat op hetzelfde basisscenario rekent. Het blijft een kenmerk van dít voorbeeld (dit inkomen, deze rente, dit energielabel), geen universele vuistregel — bij een ander inkomen of een andere rente ligt die verhouding anders.

Belangrijk om te weten over deze cijfers: het zijn indicaties uit onze eigen rekentool, doorgerekend op de rentestand van 12 oktober 2026 (4,44%), de laagste rente bij de aanbieders die wij volgen, voor 10 jaar rentevast, en bij dit ene voorbeeldinkomen van €45.000. Die van jou kan hoger liggen, en dan komt er een lager bedrag uit. Het zijn geen gegarandeerde uitkomsten. De rente werken we wekelijks bij, dus een verse doorrekening kan iets anders uitkomen. Heb je een ander inkomen, een ander energielabel of andere verplichtingen? Dan komt er sowieso een ander bedrag uit.

Waarom je termijnbedrag zwaarder telt dan het is

Als je €150 per maand aan DUO betaalt, zou je verwachten dat er ook €150 aan maandlast van je leenruimte af gaat. Dat is niet zo. Een hypotheekverstrekker moet je termijnbedrag eerst bruteren: vermenigvuldigen met een factor die in de wet staat. Bij de toetsrente van dit voorbeeld (4,44%) is die factor 1,25, dus je €150 telt mee als een maandlast van €187,50.

Onze rekentool doet dat sinds 25 augustus 2026 ook, en de bedragen in de tabel hierboven zijn dus al gebruteerd. Dat gebeurt zodra je je studieschuld apart opgeeft: klap “Per type uitsplitsen” open en vul je DUO-bedrag in bij Studieschuld. Vul je liever één totaalbedrag aan verplichtingen in, dan rekent de tool dat bedrag kaal door — sneller, maar de uitkomst valt hoger uit dan wat een hypotheekverstrekker berekent. Dat de brutering meetelt, was niet altijd zo: tot 25 augustus rekende de tool ook in de uitsplitsing met je kale termijnbedrag. Wat dat scheelt in ditzelfde scenario:

Rentestand van 12 oktober 2026 (4,44%), de laagste rente bij de aanbieders die wij volgen — die van jou kan hoger liggen. Indicatie, geen advies en geen aanbod.
DUO-termijnbedragZonder brutering (zelfde rente)Met brutering (wat de tool doet als je uitsplitst)
€150 per maand€168.087€160.633

Ruim €7.400 verschil, en altijd dezelfde kant op: zonder brutering krijg je een te rooskleurig beeld. Daarom zit ze er nu in.

Zag je hier eerder een ander bedrag? Dat kan twee oorzaken hebben.

Naast de brutering veranderde ook waar de rente vandaan komt: tot 25 augustus rekende de tool met een vaste aanname van 3,65%, sindsdien met de laagste rente die we in onze wekelijkse oogst bij de aanbieders vinden — op 12 oktober 2026 was dat een toetsrente van 4,44%. Bij een DUO-termijnbedrag van €150 stond hier vóór 25 augustus €174.472; nu €160.633. Dat verschil zit grotendeels in de brutering, niet in de rente: mét die rente maar zónder brutering zou er €168.087 staan — ruim €6.300 onder die oude uitkomst. Die ruim €6.300 is wat de hogere rente doet; de overige ruim €7.400 is de brutering. Dat de rente niet méér uitmaakt, komt doordat de financieringslasttabel met rentebanden werkt: boven een bandgrens (hier 4,001%) mag je een groter deel van je inkomen aan hypotheek besteden, en dat vangt een deel van de hogere rente op — zo kan een hógere rente soms zelfs een hóger maximum geven. Precies daarom staat bij elk bedrag hierboven de peildatum: het zijn momentopnames, geen vaste uitkomsten.

Er is ook goed nieuws in verstopt. Omdat elke euro termijnbedrag voor €1,25 meetelt, werkt het ook omgekeerd: elke euro die je van je termijnbedrag áfhaalt, levert méér leenruimte op dan je zou denken. Aflossen loont door de brutering dus juist harder, niet minder hard.

Eén situatie waarin onze uitkomst gunstiger is dan de werkelijkheid. Betaal je op dit moment tijdelijk niets of minder — je gebruikt aflossingsvrije jaren, of je termijnbedrag is verlaagd omdat DUO naar je draagkracht heeft gekeken — dan kijkt een hypotheekverstrekker níét naar dat lage bedrag. Hij rekent dan uit wat je zou moeten betalen op basis van je restschuld, rente en resterende looptijd, en bruteert díé uitkomst. Onze tool doet dat (nog) niet. Val je in die groep, ga er dan van uit dat je werkelijke ruimte lager ligt dan wat je hier ziet, en vraag bij DUO op wat je termijnbedrag zou zijn als je gewoon aflost.

Bron: art. 3a lid 2 Trhk (BWBR0032503) — bruteringsfactor 1,25 bij een toetsrente van 4,44%; de volledige tabel loopt van 1,05 (bij een toetsrente tot 2,000%) tot 1,40 (vanaf 6,001%). De uitzondering voor aflossingsvrije periodes en draagkrachtmeting staat in lid 3. De rentebanden en de sprong in het financieringslastpercentage bij 4,001%: bijlage 1 bij de Tijdelijke regeling hypothecair krediet (art. 3 lid 5), geldend 1 januari 2026. Bedragen (behalve het eerdere €174.472, dat de oude tooluitkomst vóór 25 augustus is, zonder brutering): onze eigen rekentool, zelfde scenario, doorgerekend op 12 oktober 2026. Gecontroleerd 12 september 2026.

Veelgestelde vragen

Hoeveel minder hypotheek krijg ik door mijn studieschuld?

Dat hangt af van je maandelijkse DUO-termijnbedrag, niet van de hoogte van je schuld. In ons voorbeeldscenario (€45.000 bruto, alleenstaand, energielabel C, met NHG, doorgerekend op de rentestand van 12 oktober 2026, 4,44%) daalt de maximale hypotheek van €197.900 zonder studieschuld naar €160.633 bij €150 per maand: €37.267 minder. Dat komt doordat een hypotheekverstrekker je termijnbedrag bruteert — €150 telt mee als €187,50 — en onze rekentool doet dat ook, zodra je je studieschuld apart opgeeft bij “Per type uitsplitsen”. Tik je in plaats daarvan één totaalbedrag aan verplichtingen in, dan is de uitkomst een snelle schatting die hoger uitvalt. Zie waarom je termijnbedrag zwaarder telt dan het is. Het zijn uitkomsten van één scenario, geen gegarandeerde bedragen: met een ander inkomen, energielabel of rente verschuift alles mee — dit is de laagste rente bij de aanbieders die wij volgen; die van jou kan hoger liggen, en dan komt er een ander bedrag uit. In deze bedragen zit bovendien €17.000 die een aanbieder bij een alleenstaande buiten beschouwing mág laten bij het vaststellen van de financieringslast (art. 3 lid 8 Trhk) — in de uitkomst is dat maximaal €17.000 méér leenruimte; onze rekentool past het toe, een verstrekker mag ervan afwijken. Dit is informatie, geen advies en geen aanbod. Reken daarom je eigen situatie door.

Ik gebruik aflossingsvrije jaren of betaal minder door een draagkrachtmeting — klopt de uitkomst dan?

Dan valt onze uitkomst gunstiger uit dan wat een hypotheekverstrekker berekent. Betaal je tijdelijk niets of minder aan DUO, dan kijkt een verstrekker niet naar dat lage bedrag: hij berekent wat je zou moeten betalen op basis van je actuele restschuld, rente en resterende looptijd, en vermenigvuldigt díé uitkomst met de bruteringsfactor. Onze rekentool doet dat nog niet. Vraag bij DUO op wat je termijnbedrag zou zijn als je gewoon aflost, en reken daarmee — dan zit je dichter bij je echte maximale hypotheek.

Moet ik mijn studieschuld melden bij mijn hypotheekaanvraag?

Ja. Rijksoverheid zegt het zo: “U bent wettelijk verplicht om alle financiële verplichtingen te melden bij het aanvragen van een hypotheek. Uw studieschuld valt hier ook onder.” Meld je hem niet, dan kan je hypotheekverstrekker je verantwoorde maximale hypotheek niet goed berekenen — je loopt dan het risico op maandlasten die je niet kunt betalen. Rijksoverheid schrijft er ook bij: “Ook heeft u dan geen recht op de verzekering van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG).”

Bron: Rijksoverheid — Moet ik mijn studieschuld melden als ik een hypotheek wil afsluiten? — gecontroleerd 12 september 2026.

Krijg ik meer hypotheek als ik extra aflos op mijn studieschuld?

Alleen als het je maandelijkse DUO-termijnbedrag verlaagt. Rijksoverheid schrijft dat je mogelijk een hogere hypotheek kunt krijgen als je extra aflost of je schuld bijna hebt afbetaald. Een verstrekker rekent namelijk met je termijnbedrag, niet met de hoogte van je schuld — dus los je af zonder herberekening, dan verandert er voor je hypotheek niets. Vraag bij DUO een herberekening aan zodra je extra hebt afgelost. Dat betekent niet dat extra aflossen de juiste keuze is: geld dat je aflost, kun je niet meer gebruiken als eigen inbreng of als buffer.

Bron: Rijksoverheid — Kan ik een hogere hypotheek krijgen als ik extra aflos op mijn studieschuld? — gecontroleerd 12 september 2026.

Welk DUO-bedrag gebruikt een hypotheekverstrekker?

Je werkelijke, actuele maandelijkse termijnbedrag — rente plus aflossing — zoals dat in Mijn DUO staat. Dat bedrag wordt vermenigvuldigd met een wettelijke factor van 1,05 tot 1,40, die hoort bij de rente waartegen je hypotheek wordt getoetst. Op één situatie na: betaal je op dit moment nog niets, loopt er een aflossingsvrije periode, of is je termijnbedrag verlaagd na een draagkrachtmeting, dan gaat een verstrekker uit van je actuele restschuld, rente en resterende looptijd en rekent hij daaruit een bedrag terug. Onze rekentool doet dat laatste nog niet; in die situaties valt onze uitkomst gunstiger uit dan wat een verstrekker berekent.

Bron: art. 3a lid 2 en lid 3 Tijdelijke regeling hypothecair krediet, geldend 1 januari 2026 — gecontroleerd 12 september 2026.

Is het echt zo dat aflossen op mijn studieschuld mijn hypotheek verhoogt?

Voor zover het je DUO-termijnbedrag verlaagt: ja. Een hypotheekverstrekker rekent met je werkelijke, actuele termijnbedrag (× de bruteringsfactor); een lager termijnbedrag geeft dus meer leenruimte. Vraag bij DUO een herberekening op zodra je extra hebt afgelost. Ook hier geldt: dat betekent niet dat extra aflossen de juiste keuze is — geld dat je aflost, kun je niet meer gebruiken als eigen inbreng of als buffer.

Werkt aflossen bij een persoonlijke lening of creditcardlimiet net zo?

Nee. Daar rekent de NHG-norm per maand met 2% van het oorspronkelijke leenbedrag of, bij een creditcard met gespreid betalen, de kredietlimiet, voor de resterende looptijd — dat verandert niet door aflossen. Dat is precies het verschil met studieschuld hierboven. (Een creditcard die je elke maand volledig automatisch afbetaalt telt in onze lezing niet mee als krediet — de NHG-norm noemt creditcards niet expliciet.)

Wat is die bruteringsfactor precies?

Een wettelijk vastgelegde vermenigvuldigingsfactor die aangeeft hoeveel zwaarder je werkelijke DUO-termijnbedrag meetelt, afhankelijk van de rente waartegen je hypotheek wordt getoetst (de toetsrente). De tien klassen lopen met die toetsrente mee: 1,05 (tot en met 2,000%), 1,10 (2,001%–2,500%), 1,15 (2,501%–3,000%), 1,20 (3,001%–3,500%), 1,20 (3,501%–4,000%), 1,25 (4,001%–4,500%), 1,30 (4,501%–5,000%), 1,30 (5,001%–5,500%), 1,35 (5,501%–6,000%) en 1,40 (vanaf 6,001%). Bij een lage toetsrente is de factor het laagst, bij een hoge toetsrente het hoogst.

Zijn de oude percentages (0,65%/0,35% of 0,75%/0,35%) nog geldig?

Nee. Die vaste percentages van je oorspronkelijke schuld hoorden bij de systematiek van vóór 2024. Sinds 2024 telt je werkelijke, actuele termijnbedrag — geen vast percentage meer.

Is dit hypotheekadvies?

Nee. Dit artikel legt de rekenregel uit die een hypotheekverstrekker voor studieschuld hanteert; het is geen advies over óf, wanneer of hoeveel je zou moeten aflossen.

Reken je eigen situatie door

De bedragen hierboven zijn één voorbeeldscenario — ze zijn niet jouw situatie. Wil je weten wat jóuw DUO-termijnbedrag doet met jouw maximale hypotheek?

Ga naar de rekentool, klap “Per type uitsplitsen” open en vul je eigen DUO-termijnbedrag in bij Studieschuld. De tool bruteert dat bedrag dan zelf met de factor die bij de toetsrente van jóuw berekening hoort: er telt dus een hóger bedrag mee dan wat je intikt, precies zoals hierboven uitgelegd. Wil je alleen snel een indruk, dan kun je ook één totaalbedrag aan verplichtingen intikken — maar reken er dan op dat de uitkomst hoger uitvalt dan wat een hypotheekverstrekker berekent. Zit je in aflossingsvrije jaren, of is je termijnbedrag verlaagd via een draagkrachtmeting? Dan valt onze uitkomst gunstiger uit dan wat een hypotheekverstrekker berekent. Twijfel je hoe jouw aflossing precies doorwerkt, of heb je naast studieschuld nog andere verplichtingen? Dat kan ook in de chat — die vraagt ook per type door.

Meer over hoe álle verplichtingstypen (doorlopend krediet, persoonlijke lening, private lease, BNPL en alimentatie) meetellen, met bron per regel, staat in het hoofdartikel over verplichtingen en je maximale hypotheek, de pijler van deze serie.

Dit is informatie, geen advies. Simpel in Hypotheken is een rekentool. De uitleg hierboven is algemene, indicatieve informatie op basis van de regels die in 2026 gelden — geen persoonlijk financieel advies en geen aanbeveling om iets af te lossen of te houden. Een hypotheek is een lening met kosten en verplichtingen voor de lange termijn; wat je maximaal mag lenen is niet automatisch wat verstandig is. Voor een advies op jouw situatie is een erkend hypotheekadviseur de aangewezen persoon. Zie ook onze disclaimer. Meer over wie wij zijn en waarom we geen leads verkopen: zie over ons.


Laatst gecontroleerd: 12 september 2026. Bronnen: art. 3a Trhk (BWBR0032503, geldend 1 januari 2026), Rijksoverheid over het melden en het extra aflossen van je studieschuld, en NHG Voorwaarden & Normen 2026-1 (§C.7.16.1) — de klikbare links staan hierboven bij de betreffende alinea’s. De euro-bedragen komen uit onze eigen rekentool, doorgerekend op 12 oktober 2026. Dit is een momentopname: normen en rente wijzigen regelmatig, controleer daarom altijd de vermelde datum en vergelijk met de actuele stand in de rekentool.