simpel in hypotheken← naar de rekentool

Zo tellen je verplichtingen mee voor je maximale hypotheek — alle typen, met de rekenregels

Je bruto inkomen bepaalt niet alleen hoeveel je kunt lenen — wat je al aan lopende verplichtingen hebt, telt net zo hard mee. Een lopend krediet, een leaseauto, een studieschuld of partneralimentatie die je betaalt: geldverstrekkers rekenen ze allemaal mee bij je maximale hypotheek, vaak met een eigen, vaste rekenregel per type — en niet altijd via dezelfde systematiek. Dit artikel zet die regels op een rij, per verplichting, mét bron.

Let op: geld lenen kost geld.

Dit is informatie, geen advies. Je krijgt uitleg over de rekenregels die geldverstrekkers hanteren; voor een besluit dat bij jouw situatie past, kun je een (onafhankelijk) hypotheekadviseur raadplegen.

In het kort — de rekenregel per verplichting

VerplichtingHoe telt het meeSinds / bron
Doorlopend krediet / creditcard2% van de kredietlimiet per maand, ongeacht of je die opneemtNHG Voorwaarden & Normen 2026-1, §C.7.16.1 — regel al jaren ongewijzigd
Persoonlijke lening2% van de oorspronkelijke hoofdsom per maand (niet de restschuld)zelfde bron als hierboven
Private lease (auto)100% van de maandtermijnsinds 1 april 2022 (contracten van dáárvoor: nog de oude 2%-van-hoofdsom-regel)
Studieschuld (DUO)het werkelijke maandbedrag × een bruteringsfactor (1,05–1,40, afhankelijk van je toetsrente)sinds 2024, art. 3a Trhk
BNPL (Klarna e.d.)vanaf 20 november 2026: telt mee zoals een gewoon kredietCCD2, Europese richtlijn, per die datum in Nederland geïmplementeerd
Ongebruikte kredietlimiettelt óók mee — de 2%-regel hierboven kijkt naar de limiet, niet naar het gebruikzelfde sectornorm als doorlopend krediet
Roodstand op je betaalrekeningnog geen eigen, primair bevestigde rekenregel gevonden — zie het kader verderopopen punt, niet gebruiken als hard cijfer
Partneralimentatie (die je betaalt)gaat bruto van je toetsinkomen af — geen 2%-verplichtingenlast, maar een lager beschikbaar inkomenNHG-FAQ
Partneralimentatie (die je ontvangt)telt mee als inkomen — bij een afgesproken looptijd van 10 jaar of langer, voor de volledige periodeNHG-FAQ
Kinderalimentatietelt niet mee, in geen van beide richtingenNHG-FAQ

Bron: NHG Voorwaarden & Normen 2026-1, §C.7.16.1 (feiten-register 007, peildatum 2026-07-17) en NHG-FAQ (GB-09-bronverificatie, peildatum 2026-07-11).

Erfpacht is ook een verplichting die meetelt, maar heeft een eigen rekenmethodiek — dat valt buiten de scope van dit artikel.

Benieuwd wat dit voor jóuw maximale hypotheek betekent? Vul je eigen verplichtingen in bij de rekentool of vraag het na in de chat.

Doorlopend krediet en creditcard: 2% van de limiet, altijd

Heb je een doorlopend krediet of een creditcard met een kredietlimiet, dan rekent een geldverstrekker standaard met 2% van die limiet per maand als vaste last — ongeacht of je het krediet daadwerkelijk gebruikt. Een creditcardlimiet van €5.000 die je nooit aanspreekt, telt dus toch voor €100 per maand mee in je financieringslast. Dit is een sector-/NHG-norm (Voorwaarden & Normen 2026-1, §C.7.16.1), die woordelijk voorschrijft: “Breng vervolgens per maand 2% van dat bedrag in mindering op de maximaal toegestane financieringslast” (waarbij “dat bedrag” de oorspronkelijke krediet- of leensom is). De wet zelf (Tijdelijke regeling hypothecair krediet, art. 3 lid 12) schrijft geen percentage voor, maar deze 2%-regel wordt al jaren consistent gehanteerd.

Bron: feiten-register 007 §“Verplichtingen — normweging per type”, woordelijk uit de NHG V&N 2026-1-PDF gelezen, peildatum 2026-07-17.

Een lagere kredietlimiet of een opgezegd krediet verlaagt deze last rechtstreeks, want de norm rekent met de limiet — niet met wat je er daadwerkelijk van gebruikt. Reken dit eigen effect na met de rekentool: vul bij “Per type uitsplitsen” je kredietlimiet in en de tool rekent direct de norm uit.

Persoonlijke lening: 2% van het oorspronkelijke leenbedrag

Voor een persoonlijke lening (vast maandbedrag, vaste looptijd) geldt dezelfde 2%-regel, maar dan over de oorspronkelijke hoofdsom — niet over wat je er nog van open hebt staan. Een lening van €10.000, waarvan je al de helft hebt afgelost, telt dus nog steeds voor €200 per maand mee, niet voor €100.

Bron: zelfde NHG-normbron als hierboven, §C.7.16.1, peildatum 2026-07-17.

Vul je oorspronkelijke leensom in bij de rekentool om te zien hoe dit precies meetelt in jouw maximale hypotheek, of stel de vraag aan de chat.

Private lease: sinds 2022 telt de volle maandtermijn mee — de 65% is achterhaald

Rijd je een auto op private lease, dan telt sinds 1 april 2022 de volledige maandtermijn (100%) mee als vaste last, zodra dat contract bij het BKR geregistreerd staat. Circuleert er in je omgeving nog het percentage 65%? Dat hoorde bij de oude regel voor lease-contracten van vóór 1 april 2022 — die contracten worden nog volgens de toenmalige 2%-van-de-hoofdsom-systematiek gewogen, niet volgens de 100%-regel. Voor een nieuw af te sluiten leasecontract geldt vrijwel altijd de 100%-regel.

Bron: NHG-bericht “Private autolease in BKR”; feiten-register 007, peildatum 2026-07-17.

De volle maandtermijn is exact wat de rekentool optelt bij “Private lease” — vul je maandbedrag in om het effect op je maximale hypotheek te zien. Wil je de 65%-mythe en een doorgerekend voorbeeld in detail zien? Lees private lease en je hypotheek: de 65%-regel is al vier jaar dood.

Studieschuld: sinds 2024 telt je werkelijke maandbedrag, niet een vast percentage

Sinds 2024 is de rekenregel voor een DUO-studieschuld veranderd. De hoofdregel is nu: het werkelijke maandbedrag dat je aan DUO betaalt (rente + aflossing), vermenigvuldigd met een bruteringsfactor die oploopt van 1,05 tot 1,40 naarmate de gehanteerde toetsrente hoger is. Dit staat in art. 3a van de Tijdelijke regeling hypothecair krediet (Trhk, BWBR0032503, geldend per 1-1-2026). Er bestaat een uitzondering (lid 3): heb je nog geen termijnbedrag, zit je in een aflosvrije periode, of is je termijnbedrag verlaagd door een draagkrachtmeting? Dan rekent de verstrekker met een herberekening op basis van je actuele restschuld, actuele rente en resterende looptijd.

Correctie op wat elders soms nog wordt genoemd: de bruteringsfactoren 2,29 en 2,33, die op sommige plekken circuleren, zijn bij deze verificatie niet bevestigd en waarschijnlijk onjuist — de tabel hierboven (1,05–1,40) is woordelijk uit de geldende wettekst overgenomen.

Bron: art. 3a Trhk, BWBR0032503, geldend 01-01-2026; GB-09-bronverificatie, peildatum 2026-07-11.

Een lager DUO-termijnbedrag vergroot de leenruimte die de rekentool berekent. Vul je maandbedrag in bij de rekentool om het effect op jouw situatie te zien, of vraag het na in de chat.

Vooruitblik: BNPL (Klarna e.d.) telt vanaf 20 november 2026 volledig mee

Gebruik je ‘koop nu, betaal later’-diensten zoals Klarna? Op dit moment worden die niet overal consistent als krediet behandeld, maar dat verandert. Vanaf 20 november 2026 valt BNPL onder de herziene Europese consumentenkredietrichtlijn (CCD2), die Nederland strikt implementeert — ook voor creditcards, roodstand en lease-achtige constructies onder de Wft. Concreet betekent dit dat BNPL-schuld vanaf die datum net als een gewoon krediet gaat meewegen (BKR-registratie, en daarmee ook bij je financieringslast voor een hypotheek).

Bron: rijksoverheid.nl (31-10-2025) en bkr.nl; GB-09-bronverificatie, peildatum 2026-07-11.

Heb je nu al BNPL-schuld openstaan en overweeg je een hypotheekaanvraag rond die datum? Reken je huidige situatie alvast door bij de rekentool of stel je vraag aan de chat.

Ongebruikte kredietlimiet en roodstand: “ik gebruik het toch niet” beschermt niet

Zoals hierboven al bleek bij het doorlopend krediet: de 2%-regel rekent met je limiet, niet met wat je er daadwerkelijk van gebruikt. Een kredietlimiet die je nooit aanspreekt, telt dus tóch mee — dat is geen aparte regel, maar een direct gevolg van dezelfde 2%-op-de-limiet-systematiek. Een optie om die last te verlagen is de limiet zelf te laten verlagen of het krediet op te zeggen — “hem laten staan maar niet gebruiken” verandert de rekenkundige last namelijk niet.

Open punt — roodstand op je betaalrekening. Voor roodstand is bij deze bronverificatie geen eigen, primair vastgelegde rekenregel gevonden. De verwachting is dat verstrekkers een vergelijkbare 2%-benadering toepassen zodra een roodstandfaciliteit bij het BKR geregistreerd staat, maar dat is op dit moment een aanname, geen bevestigd feit — dit artikel presenteert het daarom bewust niet als cijfer. Heb je roodstand en wil je zeker weten hoe dat meeweegt? Vraag dat na bij je eigen geldverstrekker.

Reken je eigen kredietlimiet door bij de rekentool of stel je vraag over roodstand aan de chat — die vraagt door per type.

Partneralimentatie: een ander mechanisme dan de 2%-last

Betaal je partneralimentatie? Dan werkt dat rekenkundig anders dan alle verplichtingen hierboven. In plaats van een last die via de 2%-regel bij je financieringslast wordt opgeteld, gaat het bedrag dat je aan partneralimentatie betaalt bruto van je toetsinkomen af — het verlaagt dus het inkomen waarmee de geldverstrekker rekent, niet de verplichtingenlast zelf. Ontvang je zelf partneralimentatie, dan telt dat andersom mee: als inkomen, en bij een afgesproken looptijd van 10 jaar of langer voor de volledige looptijd. Kinderalimentatie telt in geen van beide richtingen mee — niet als last bij wie betaalt, niet als inkomen bij wie ontvangt.

Bron: NHG-FAQ; GB-09-bronverificatie, peildatum 2026-07-11.

Vul je situatie in bij de rekentool om te zien hoe betaalde of ontvangen partneralimentatie je maximale hypotheek beïnvloedt, of vraag het na in de chat.

Veelgestelde vragen

Telt een schuld die ik al bijna heb afgelost nog volledig mee?

Dat hangt van het type af. Bij een persoonlijke lening rekent de verstrekker met 2% van het oorspronkelijke leenbedrag, dus ja — ook als je al veel hebt afgelost. Bij een doorlopend krediet of creditcard rekent de 2%-regel met de limiet, niet met de openstaande schuld. Bij studieschuld telt juist wél je actuele, werkelijke maandbedrag (zie hierboven).

Kan ik een lopend krediet “wegwerken” om meer hypotheek te kunnen krijgen?

Een kredietlimiet laten verlagen of een lening/kaart aflossen en opzeggen vermindert de vaste last die meetelt in de berekening. Dit artikel legt de rekenregel uit; wat in jouw situatie verstandig is, bepaal je zelf (eventueel met een adviseur).

Telt BNPL (Klarna) nu al mee?

Op dit moment is de weging niet overal consistent; vanaf 20 november 2026 verandert dat met de implementatie van CCD2 (zie hierboven).

Telt partneralimentatie mee voor mijn maximale hypotheek?

Ja, maar via een ander mechanisme dan een lening of lease: betaal je partneralimentatie, dan gaat dat bruto van je toetsinkomen af (het verlaagt dus je inkomen, niet een aparte verplichtingenlast). Ontvang je partneralimentatie, dan telt dat als inkomen (bij 10 jaar looptijd of langer, voor de volledige periode). Kinderalimentatie telt in geen van beide gevallen mee.

Is dit hypotheekadvies?

Nee. Dit artikel legt de rekenregels uit die geldverstrekkers hanteren; het is geen advies over wat jij met je eigen verplichtingen zou moeten doen.

Nog een vraag over jouw eigen verplichtingen? Stel hem aan de chat of reken je situatie door met de rekentool.

Reken je eigen effect door

De rekenregels hierboven zijn algemeen — wat ze voor jouw maximale hypotheek betekenen, hangt af van je inkomen, rente en de precieze verplichtingen die je hebt. Op de rekentool kun je onder “Per type uitsplitsen” je verplichtingen stuk voor stuk aanvinken — studieschuld, doorlopend krediet/creditcard, persoonlijke lening, private lease, telefoon/BNPL, alimentatie, en via “meer soorten” ook roodstand, erfpacht en overig — en zie je meteen het totaal per maand. Bij doorlopend krediet/creditcard en persoonlijke lening vul je je kredietlimiet of oorspronkelijke leensom in, en de tool rekent daar de officiële NHG-norm (2%) van uit — precies hoe een geldverstrekker het weegt. Bij de overige soorten telt de tool alleen jóuw opgegeven bedrag op. Bij sommige soorten (zoals studieschuld) weegt een bank het nog net weer anders dan je eigen maandbedrag, of is dat nog niet duidelijk (zoals bij roodstand) — dat staat er bij die soort vermeld. Twijfel je hoe een specifieke last precies meeweegt? Vraag het in de chat — die vraagt ook per type door.

Meer weten over de kosten en normen rond een hypotheek? Bekijk de andere artikelen in de hypotheek-kennisbank.

Dit is informatie, geen advies. Simpel in Hypotheken is een rekentool. De uitleg hierboven is algemene, indicatieve informatie op basis van de regels die in 2026 gelden — geen persoonlijk financieel advies en geen aanbeveling voor een specifieke hypotheekvorm of aanbieder. Een hypotheek is een lening met kosten en verplichtingen voor de lange termijn; wat je maximaal mag lenen is niet automatisch wat verstandig is. Voor een advies op jouw situatie is een erkend hypotheekadviseur de aangewezen persoon. Zie ook onze disclaimer. Meer over wie wij zijn en waarom we geen leads verkopen: zie over ons.


Laatst gecontroleerd: juli 2026. Bronnen: NHG Voorwaarden & Normen 2026-1 (§C.7.16.1, via feiten-register 007, peildatum 2026-07-17), art. 3a Trhk (BWBR0032503), rijksoverheid.nl, bkr.nl en NHG-FAQ (GB-09-bronverificatie, peildatum 2026-07-11). Dit is een momentopname: normen en rente wijzigen regelmatig, controleer daarom altijd de hierboven vermelde peildatum en vergelijk met de actuele stand in de rekentool.