Voor starters en doorstromersStartpunt van het thema “Wat telt mee voor je hypotheek” — met 4 verdiepende artikelen. Alle thema's in de kennisbank
Zo tellen je verplichtingen mee voor je maximale hypotheek — alle typen, met de rekenregels
Je bruto inkomen bepaalt niet alleen je maximale hypotheek — wat je al aan lopende verplichtingen hebt, telt net zo hard mee. Een lopend krediet, een leaseauto, een studieschuld of partneralimentatie die je betaalt: ze tellen allemaal mee bij je maximale hypotheek — de NHG-norm (2026) spreekt van alle financiële verplichtingen — en per type met een eigen rekenregel, niet altijd via dezelfde systematiek. Dit artikel zet die regels op een rij, per verplichting.
In het kort — de rekenregel per verplichting
| Verplichting | Hoe telt het mee | Sinds / volgens |
|---|---|---|
| Doorlopend krediet / creditcard | 2% van de kredietlimiet per maand (2026), voor de resterende looptijd — ongeacht of je die opneemt | NHG-norm 2026 — regel al jaren ongewijzigd |
| Persoonlijke lening | 2% van de oorspronkelijke hoofdsom per maand (2026; niet de restschuld), voor de resterende looptijd | NHG-norm 2026, zelfde regel als hierboven |
| Private lease (auto) | 100% van de maandtermijn (2026) | volgens de NHG-norm (2026): minimaal de werkelijke kosten; zo sinds een bindend hypotheekaanbod van na 31 maart 2022, ook voor een ouder contract |
| Studieschuld (DUO) | het werkelijke maandbedrag × een bruteringsfactor (1,05–1,40 in 2026, afhankelijk van de toetsrente: de rente waarmee de verstrekker je hypotheek doorrekent) | sinds 2024, volgens de wet |
| BNPL (Klarna e.d.) | telt nu al mee — de NHG-norm (2026) telt alle financiële verplichtingen, ook die niet in het BKR staan; vanaf 20 november 2026 vallen de aanbieders ook onder de gewone kredietregels | NHG-norm 2026; nieuwe Europese regels voor de aanbieders, uiterlijk 20 november 2026 (volgens de Rijksoverheid) |
| Ongebruikte kredietlimiet | telt óók mee — de 2%-regel (2026) hierboven kijkt naar de limiet, niet naar het gebruik | NHG-norm 2026, zelfde regel als doorlopend krediet |
| Roodstand op je betaalrekening | vermoedelijk 2% van je roodstandlimiet per maand, naar analogie met doorlopend krediet — zie het kader verderop | staat níét in de NHG-normen; dit hebben wij zelf ingeschat (21 juli 2026), elke verstrekker mag afwijken |
| Partneralimentatie (die je betaalt) | gaat van je (bruto) toetsinkomen af (2026) — geen 2%-verplichtingenlast, maar een lager beschikbaar inkomen | NHG-norm 2026 |
| Partneralimentatie (die je ontvangt) | telt mee als inkomen (2026) — zolang je er recht op hebt (blijkend uit een rechterlijke uitspraak of notariële overeenkomst) | NHG-norm 2026 |
| Kinderalimentatie (die je ontvangt) | telt niet mee als inkomen (2026) | NHG-norm 2026 |
| Kinderalimentatie (die je betaalt) | laten Obvion en Tulp volgens hun eigen regels (2026) buiten de berekening — de NHG-norm (2026) noemt te betalen kinderalimentatie niet apart, maar spreekt van alle financiële verplichtingen; het buiten de berekening laten is verstrekkerspraktijk | verstrekkerspraktijk: Obvion en Tulp (2026); een andere verstrekker kan het anders doen |
Erfpacht valt hier bewust buiten: de canon hoort bij de wóning die je koopt (je woonlasten), niet bij je persoonlijke schuldenpositie. Reken je je maximale hypotheek uit, dan geef je erfpacht dus niet op als verplichting, en onze rekentool weegt hem op dit moment ook niet mee — dat komt pas in beeld zodra je een concrete woning op het oog hebt, want dan weet je pas welke canon eraan hangt. Dat betekent niet dat erfpacht er in de praktijk niet toe doet: Nibud meldt (2026) dat hypotheekverstrekkers wél expliciet rekening houden met de erfpachtcanon bij de beoordeling — het staat alleen niet verwerkt in de financieringslastpercentages zelf. Staat er erfpacht op een huis dat je wilt kopen, houd dan zelf rekening met dat bedrag bovenop je maandlasten.
Benieuwd wat dit voor jóuw maximale hypotheek betekent? Vul je eigen verplichtingen in bij de rekentool of vraag het na in de chat.
Doorlopend krediet en creditcard: 2% van de limiet (2026)
Heb je een doorlopend krediet of een creditcard waarop je gespreid kunt betalen, dan rekent de NHG-norm met 2% van die limiet per maand (2026) (bij een doorlopend krediet lezen wij de kredietsom als de limiet) als vaste last, voor de resterende looptijd van het krediet — ongeacht of je het krediet daadwerkelijk gebruikt. Een kredietlimiet van €5.000 die je nooit aanspreekt, telt dus toch voor €100 per maand mee in je financieringslast (2026). Dit is een sector-/NHG-norm, die in 2026 woordelijk voorschrijft: “Breng vervolgens per maand 2% van dat bedrag in mindering op de maximaal toegestane financieringslast” (waarbij “dat bedrag” de oorspronkelijke krediet- of leensom is), en: “Dit geldt voor de resterende looptijd van de financiële verplichting.” De wet zelf schrijft in 2026 geen percentage voor, maar deze 2%-regel wordt al jaren consistent gehanteerd.
Een lagere kredietlimiet of een opgezegd krediet verlaagt deze last rechtstreeks, want de norm (2026) rekent met de limiet — niet met wat je er daadwerkelijk van gebruikt. Reken dit eigen effect na met de rekentool: vul bij “Per type uitsplitsen” je kredietlimiet in en de tool rekent direct de norm uit.
Persoonlijke lening: 2% van het oorspronkelijke leenbedrag, voor de resterende looptijd (2026)
Voor een persoonlijke lening (vast maandbedrag, vaste looptijd) geldt dezelfde 2%-regel (NHG-norm 2026), maar dan over de oorspronkelijke hoofdsom — niet over wat je er nog van open hebt staan — en voor de resterende looptijd van de lening. Een lening van €10.000, waarvan je al de helft hebt afgelost, telt dus zolang hij loopt nog steeds voor €200 per maand mee (2026), niet voor €100.
Vul je oorspronkelijke leensom in bij de rekentool om te zien hoe dit precies meetelt in jouw maximale hypotheek, of stel de vraag aan de chat.
Private lease: sinds 2022 telt de volle maandtermijn mee — de 65% is achterhaald
Rijd je een auto op private lease, dan telt bij een bindend hypotheekaanbod van na 31 maart 2022 de volledige maandtermijn (100%, ook in 2026) mee als vaste last, ook als dat contract (nog) niet in het BKR staat, en ook als je leasecontract van vóór die datum is: de datum van het aanbod is leidend, niet die van het contract. Vanaf 1 januari 2022 toetste NHG al op de werkelijke lasten zoals die in het BKR stonden; per 1 april 2022 ging het BKR nieuwe leasecontracten voor het volledige bedrag inschrijven. Voor oudere contracten die niet voor het volledige bedrag in het BKR stonden, kondigde NHG in 2021 aan ze terug te rekenen naar 100% door het bedrag te delen door 0,65 — een ophoging, geen korting. Circuleert er in je omgeving nog het idee dat maar 65% meetelt? Dat klopt dus niet: in die aankondiging van NHG (2021) kwam 0,65 alleen voor als die terugrekenfactor. De NHG-norm van 2026 telt een vaste last die niet kan veranderen mee voor minimaal de werkelijke kosten — bij private lease dus de volle maandtermijn. Bij een bindend aanbod van vóór 1 januari 2022 woog NHG een leasecontract nog via 2% van het bedrag in het BKR, zoals bij een gewone lening; ook dat is achterhaald.
De volle maandtermijn is exact wat de rekentool optelt bij “Private lease” — vul je maandbedrag in om het effect op je maximale hypotheek te zien. Wil je de 65%-mythe en een doorgerekend voorbeeld in detail zien? Lees private lease en je hypotheek: de 65%-regel is al vier jaar dood.
Studieschuld: sinds 2024 telt je werkelijke maandbedrag, niet een percentage van je schuld
Sinds 2024 is de rekenregel voor een DUO-studieschuld veranderd. De hoofdregel is nu (2026): het werkelijke maandbedrag dat je aan DUO betaalt (rente + aflossing), vermenigvuldigd met een bruteringsfactor die oploopt van 1,05 tot 1,40 naarmate de gehanteerde toetsrente — de rente waarmee een hypotheekverstrekker je hypotheek doorrekent, niet de rente op je studieschuld — hoger is. Dat staat zo in de wet, zoals die geldt per 1 januari 2026. De wet kent ook een uitzondering (2026): heb je nog geen termijnbedrag, zit je in een aflosvrije periode, of is je termijnbedrag verlaagd door een draagkrachtmeting? Dan rekent de verstrekker met een herberekening op basis van je actuele restschuld, actuele rente en resterende looptijd.
Correctie op wat elders soms nog wordt genoemd: de bruteringsfactoren 2,29 en 2,33, die op sommige plekken circuleren, zijn bij deze verificatie niet bevestigd en waarschijnlijk onjuist — de factoren hierboven (1,05–1,40 in 2026) zijn woordelijk uit de geldende wettekst overgenomen.
Uitgebreider, met rekenvoorbeelden: hoe je studieschuld meetelt voor je hypotheek.
Onze rekentool rekent sinds 25 augustus 2026 volgens deze hoofdregel: klap “Per type uitsplitsen” open, vul je eigen DUO-maandbedrag in bij Studieschuld, en de tool bruteert dat met de factor die bij de toetsrente van jouw berekening hoort. Vul je in plaats daarvan één totaalbedrag aan verplichtingen in, dan is dat een snelle schatting: de tool rekent dat bedrag kaal door en de uitkomst valt hoger uit. De uitzondering (aflossingsvrije jaren, draagkrachtmeting, of nog geen termijnbedrag) zit er nog niet in — val je daaronder, ga er dan van uit dat je werkelijke ruimte lager ligt dan wat de tool laat zien.
Een lager DUO-termijnbedrag vergroot de leenruimte die de rekentool berekent — dat is precies waarom extra aflossen bij studieschuld anders (en sterker) doorwerkt dan bij de meeste andere schulden. De volledige bruteringstabel en een doorgerekend voorbeeld staan in het aparte deelartikel hypotheek met studieschuld: wat is je maximale hypotheek in 2026? Vul je maandbedrag in bij de rekentool (onder “Per type uitsplitsen”) om het effect op jouw situatie te zien, of vraag het na in de chat.
Dat is niet hetzelfde als “extra aflossen is de juiste keuze”. Geld dat je aan een extra aflossing besteedt, is niet meer beschikbaar als eigen inbreng — bijvoorbeeld voor de kosten koper of als buffer. Of dat voor jou opweegt tegen de extra leenruimte, hangt af van je hele financiële situatie; dit artikel legt alleen de rekenregel uit, niet wat voor jou verstandig is.
BNPL (Klarna e.d.): telt nu al mee, en vanaf 20 november 2026 gelden nieuwe kredietregels
Gebruik je ‘koop nu, betaal later’-diensten zoals Klarna? Voor je hypotheek hangt het meetellen niet af van het BKR: de NHG-norm zegt in 2026 over de financiële verplichtingen van de consument “Dit geldt voor alle financiële verplichtingen. Ook die niet bij het Bureau Krediet Registratie zijn vermeld.” Een openstaande BNPL-betaling telt dus nu al mee; alleen als hij op de ingangsdatum van je hypotheek aantoonbaar weg is en er geen nieuwe financiële verplichting voor in de plaats komt, hoeft hij niet mee te tellen (NHG-norm 2026).
Wat wél verandert, is de regelgeving voor de aanbieders zelf. Met nieuwe Europese regels voor consumentenkrediet komen BNPL-diensten onder het financieel toezicht: aanbieders hebben een AFM-vergunning nodig en moeten vóór het verlenen van krediet een kredietcheck bij het BKR doen. Het kabinet heeft daarvoor een voorstel gemaakt; de maatregelen moeten volgens de Rijksoverheid uiterlijk vanaf 20 november 2026 ingaan. Ook voor creditcardaanbieders met een maandelijkse aflossing komen er nieuwe regels.
Heb je nu al BNPL-schuld openstaan? Die telt nu al mee — reken je huidige situatie alvast door bij de rekentool of stel je vraag aan de chat.
Ongebruikte kredietlimiet en roodstand: “ik gebruik het toch niet” beschermt niet
Zoals hierboven al bleek bij het doorlopend krediet: de 2%-regel (2026) rekent met je limiet, niet met wat je er daadwerkelijk van gebruikt. Een kredietlimiet die je nooit aanspreekt, telt dus tóch mee — dat is geen aparte regel, maar een direct gevolg van dezelfde 2%-op-de-limiet-systematiek. Een optie om die last te verlagen is de limiet zelf te laten verlagen of het krediet op te zeggen — “hem laten staan maar niet gebruiken” verandert de rekenkundige last namelijk niet.
Dit gaat over échte kredietruimte: een limiet waarop je gespreid kunt betalen. Een creditcard waarvan het hele saldo maandelijks automatisch wordt afgeschreven valt hier buiten — die is geen krediet en telt niet mee. Zie het kader hierboven bij “niet elke creditcard is een schuld”.
Dit hebben wij zelf ingeschat. Het roodstand-percentage is onze eigen vakinschatting naar analogie met doorlopend krediet — er is geen NHG-norm (2026) die een eigen rekenregel voor roodstand voorschrijft, en de check bij hypotheekverstrekkers staat nog open. Elke verstrekker mag het anders wegen.
Reken je eigen kredietlimiet door bij de rekentool of stel je vraag over roodstand aan de chat — die vraagt door per type.
Partneralimentatie: een ander mechanisme dan de 2%-last (2026)
Betaal je partneralimentatie? Dan werkt dat rekenkundig anders dan alle verplichtingen hierboven. In plaats van een last die via de 2%-regel bij je financieringslast wordt opgeteld, gaat het bedrag dat je aan partneralimentatie betaalt volgens de NHG-norm (2026) van je (bruto) toetsinkomen af — het verlaagt dus het inkomen waarmee de hypotheekverstrekker rekent, niet de verplichtingenlast zelf. Ontvang je zelf partneralimentatie, dan telt dat volgens de NHG-norm (2026) andersom mee: als inkomen, zolang je er recht op hebt (dat recht moet blijken uit een rechterlijke uitspraak of notariële overeenkomst). Kinderalimentatie is een ander verhaal: ontvangen kinderalimentatie telt niet mee als inkomen — dat staat met zoveel woorden in de NHG-normen van 2026. Te betalen kinderalimentatie laten Obvion en Tulp volgens hun eigen regels (2026) buiten de berekening — de NHG-norm (2026) noemt te betalen kinderalimentatie niet apart, maar spreekt van alle financiële verplichtingen; dat deze verstrekkers betaalde kinderalimentatie buiten de berekening laten, is hun praktijk.
Dit is verstrekkerspraktijk, geen NHG-norm. De NHG-norm (2026) noemt te betalen kinderalimentatie niet apart, maar spreekt van alle financiële verplichtingen. Dat Obvion en Tulp te betalen kinderalimentatie buiten de berekening laten, is hun praktijk — ze schrijven het zo in hun eigen regels voor het beoordelen van een aanvraag (2026). Een andere verstrekker kan het anders doen.
Vul je situatie in bij de rekentool om te zien hoe partneralimentatie die je betaalt je maximale hypotheek beïnvloedt, of vraag het na in de chat. De ontvangst-kant kun je er nog niet in invullen; die tellen we in de berekening (nog) niet mee.
Veelgestelde vragen
Telt een schuld die ik al bijna heb afgelost nog volledig mee?
Dat hangt van het type af. Bij een persoonlijke lening rekent de NHG-norm (2026) per maand met 2% van het oorspronkelijke leenbedrag, voor de resterende looptijd van de lening — dus ja, zolang de lening loopt, ook als je al veel hebt afgelost. Bij een doorlopend krediet of creditcard rekent de 2%-regel (2026) met de limiet, niet met de openstaande schuld. Bij een hypotheek met studieschuld telt juist wél je actuele, werkelijke maandbedrag — al wordt dat vóór het meetellen nog met een wettelijke factor (sinds 2024) verhoogd (zie hierboven).
Kan ik een lopend krediet “wegwerken” om meer hypotheek te kunnen krijgen?
Een kredietlimiet laten verlagen of een lening/kaart aflossen en opzeggen vermindert de vaste last die meetelt in de berekening. Dit artikel legt de rekenregel uit; wat in jouw situatie verstandig is, bepaal je zelf (eventueel met een adviseur).
Telt BNPL (Klarna) nu al mee?
Ja, in principe wel. De NHG-norm (2026) telt alle financiële verplichtingen mee, ‘ook die niet bij het Bureau Krediet Registratie zijn vermeld’ — dus ook een openstaande Klarna-betaling die niet in het BKR staat. Alleen een verplichting die op de ingangsdatum van je hypotheek aantoonbaar weg is — en waar geen nieuwe financiële verplichting voor in de plaats komt — hoeft niet mee te tellen (2026). Wat per 20 november 2026 verandert, is de regelgeving voor de aanbieders zelf: BNPL-diensten komen dan onder het financieel toezicht en moeten vooraf een kredietcheck bij het BKR doen (zie hierboven).
Telt partneralimentatie mee voor mijn maximale hypotheek?
Ja, maar via een ander mechanisme dan een lening of lease: betaal je partneralimentatie, dan gaat dat volgens de NHG-norm (2026) van je (bruto) toetsinkomen af (het verlaagt dus je inkomen, niet een aparte verplichtingenlast). Ontvang je partneralimentatie, dan telt dat als inkomen (2026), zolang je er recht op hebt. Kinderalimentatie is een ander verhaal: ontvangen kinderalimentatie telt niet mee als inkomen (NHG-norm 2026); te betalen kinderalimentatie laten Obvion en Tulp volgens hun eigen regels (2026) buiten de berekening — de NHG-norm (2026) noemt te betalen kinderalimentatie niet apart, maar spreekt van alle financiële verplichtingen; het buiten de berekening laten is verstrekkerspraktijk; een andere verstrekker kan het anders doen.
Is dit hypotheekadvies?
Nee. Dit artikel legt de rekenregels uit die hypotheekverstrekkers hanteren; het is geen advies over wat jij met je eigen verplichtingen zou moeten doen.
Nog een vraag over jouw eigen verplichtingen? Stel hem aan de chat of reken je situatie door met de rekentool.
Reken je eigen effect door
De rekenregels hierboven zijn algemeen — wat ze voor jouw maximale hypotheek betekenen, hangt af van je inkomen, rente en de precieze verplichtingen die je hebt. Op de rekentool kun je onder “Per type uitsplitsen” je verplichtingen stuk voor stuk aanvinken — studieschuld, doorlopend krediet/creditcard, persoonlijke lening, private lease, telefoon/BNPL, partneralimentatie, en via “meer soorten” ook roodstand en overig — en zie je meteen het totaal per maand. Bij “partneralimentatie” gaat het uitsluitend om wat jíj betaalt aan een ex-partner (partneralimentatie — géén kinderalimentatie, die neemt de tool niet op). Bij doorlopend krediet/creditcard en persoonlijke lening vul je je kredietlimiet of oorspronkelijke leensom in, en de tool rekent daar de officiële NHG-norm (2% per maand, 2026) van uit — de resterende looptijd vraagt de tool niet, hij rekent alsof de verplichting nog loopt. Bij roodstand vul je je roodstandlimiet in en rekent de tool er ook 2% van als indicatie — maar dat is onze eigen inschatting naar analogie met doorlopend krediet, géén NHG-norm (zie het kader hierboven). Bij studieschuld vul je je eigen DUO-maandbedrag in en rekent de tool daar de wettelijke bruteringsfactor (sinds 2024) overheen — er telt dus een hóger bedrag mee dan wat je intikt, zoals de wet het voorschrijft. Bij de meeste overige soorten telt de tool alleen jóuw opgegeven bedrag op; partneralimentatie is de andere uitzondering — die gaat niet naar de verplichtingenlast maar naar je toetsinkomen (zie “Partneralimentatie: een ander mechanisme dan de 2%-last” hierboven, 2026). Weegt een hypotheekverstrekker een soort nog anders, dan staat dat er bij die soort vermeld. Twijfel je hoe een specifieke last precies meeweegt? Vraag het in de chat — die vraagt ook per type door.
Meer weten over de kosten en normen rond een hypotheek? Bekijk de andere artikelen in de hypotheek-kennisbank.
Dit is informatie, geen advies. Simpel in Hypotheken is een rekentool. De uitleg hierboven is algemene, indicatieve informatie op basis van de regels die in 2026 gelden — geen persoonlijk financieel advies en geen aanbeveling voor een specifieke hypotheekvorm of aanbieder. Een hypotheek is een lening met kosten en verplichtingen voor de lange termijn; wat je maximaal mag lenen is niet automatisch wat verstandig is. Voor een advies op jouw situatie is een erkend hypotheekadviseur de aangewezen persoon. Zie ook onze disclaimer. Meer over wie wij zijn en waarom we geen leads verkopen: zie over ons. Dit is een momentopname: normen en rente wijzigen regelmatig, controleer daarom altijd de actuele stand in de rekentool.
Bronnen
Wil je het nazoeken? Dit zijn de bronnen achter de cijfers op deze pagina. Bij de officiële normen staat wanneer we ze voor het laatst controleerden.
- De 2%-regel: 2% van de oorspronkelijke krediet- of leensom per maand, voor de resterende looptijd (bij een doorlopend krediet of creditcard lezen wij die som als de limiet, ook als je hem niet gebruikt) — NHG · Voorwaarden & Normen 2026-1, §C.7.16.1 · gecontroleerd 18 oktober 2026. Staat bij: In het kort — de rekenregel per verplichting · Doorlopend krediet en creditcard: 2% van de limiet (2026) · Persoonlijke lening: 2% van het oorspronkelijke leenbedrag, voor de resterende looptijd (2026) · Ongebruikte kredietlimiet en roodstand: “ik gebruik het toch niet” beschermt niet · Veelgestelde vragen · Reken je eigen effect door.
- Alle financiële verplichtingen tellen mee, ook die niet in het BKR staan (zoals BNPL); een verplichting die niet kan veranderen telt voor minimaal de werkelijke kosten — daarom de volle maandtermijn bij private lease; een verplichting die op de ingangsdatum aantoonbaar weg is, hoeft niet mee te tellen — NHG · Voorwaarden & Normen 2026-1, §C.7.16.1 en §C.7.16.2 · gecontroleerd 18 oktober 2026. Staat bij: de inleiding · In het kort — de rekenregel per verplichting · Private lease: sinds 2022 telt de volle maandtermijn mee — de 65% is achterhaald · BNPL (Klarna e.d.): telt nu al mee, en vanaf 20 november 2026 gelden nieuwe kredietregels · Ongebruikte kredietlimiet en roodstand: “ik gebruik het toch niet” beschermt niet · Partneralimentatie: een ander mechanisme dan de 2%-last (2026) · Veelgestelde vragen.
- Partneralimentatie (betalen gaat van je toetsinkomen af, ontvangen telt als inkomen) en ontvangen kinderalimentatie (telt niet mee als inkomen) — NHG · Voorwaarden & Normen 2026-1, §C.7.14, §C.7.14.1 en §C.7.14.2 · gecontroleerd 18 oktober 2026. Staat bij: In het kort — de rekenregel per verplichting · Partneralimentatie: een ander mechanisme dan de 2%-last (2026) · Veelgestelde vragen · Reken je eigen effect door.
- Private lease: de overgang van 2022 (bindend aanbod na 31 maart 2022, het BKR vanaf 1 april 2022) en de terugrekenfactor 0,65 die NHG daarvoor in 2021 aankondigde — NHG · Private autolease in BKR (9 november 2021) · gecontroleerd 18 oktober 2026. Staat bij: In het kort — de rekenregel per verplichting · Private lease: sinds 2022 telt de volle maandtermijn mee — de 65% is achterhaald.
- Studieschuld: het werkelijke maandbedrag × een bruteringsfactor van 1,05 tot 1,40, en de uitzondering bij een aflosvrije periode of draagkrachtmeting (sinds 2024: de versie van 2023 rekende nog anders) — Rijksoverheid · Tijdelijke regeling hypothecair krediet, art. 3a (geldend 1 januari 2026) · gecontroleerd 18 oktober 2026. Staat bij: In het kort — de rekenregel per verplichting · Studieschuld: sinds 2024 telt je werkelijke maandbedrag, niet een percentage van je schuld · Veelgestelde vragen · Reken je eigen effect door.
- De wet zelf schrijft voor een krediet geen percentage voor — Rijksoverheid · Tijdelijke regeling hypothecair krediet, art. 3 lid 12 (geldend 1 januari 2026) · gecontroleerd 18 oktober 2026. Staat bij: Doorlopend krediet en creditcard: 2% van de limiet (2026).
- BNPL: nieuwe regels voor de aanbieders (vergunning en kredietcheck bij het BKR), uiterlijk vanaf 20 november 2026 — Rijksoverheid · Nieuwe regels voor Buy Now Pay Later (31 oktober 2025) · gecontroleerd 18 oktober 2026. Staat bij: In het kort — de rekenregel per verplichting · BNPL (Klarna e.d.): telt nu al mee, en vanaf 20 november 2026 gelden nieuwe kredietregels · Veelgestelde vragen.
- Erfpacht: hypotheekverstrekkers houden expliciet rekening met de erfpachtcanon, die niet in de financieringslastpercentages zit — Nibud · Advies hypotheeknormen 2026 · gecontroleerd 18 oktober 2026. Staat bij: In het kort — de rekenregel per verplichting.
- Te betalen kinderalimentatie: Obvion laat hem buiten de berekening — Obvion · Acceptatiebeleid 2026 · gecontroleerd 18 oktober 2026. Staat bij: In het kort — de rekenregel per verplichting · Partneralimentatie: een ander mechanisme dan de 2%-last (2026) · Veelgestelde vragen.
- Te betalen kinderalimentatie: Tulp laat hem buiten de berekening — Tulp Hypotheken · Acceptatiegids De Tulp Riant Hypotheek (januari 2026) · gecontroleerd 18 oktober 2026. Staat bij: In het kort — de rekenregel per verplichting · Partneralimentatie: een ander mechanisme dan de 2%-last (2026) · Veelgestelde vragen.