Naar de inhoud
simpel in hypotheken
Chat met de AI

Voor starters en doorstromersStartpunt van het thema “Wat als…” — met 1 verdiepende artikel. Alle thema's in de kennisbank

Wat als…? Vijf hypotheekscenario’s, doorgerekend

Wat als de rente stijgt, je partner wegvalt, of je in 20 jaar aflost? Vijf scenario’s, elk doorgerekend met onze eigen rekenengine. Het grootste verschil: een wegvallend tweede inkomen kost €180.998 leenruimte (daarin zit €17.000 die een aanbieder mág meerekenen). indicatie · 4,30% · 24 sep 2026

Rekenvoorbeeld: bij een stel met €52.000 en €38.000 bruto daalt de maximale hypotheek van €409.651 naar €228.653 zodra er nog maar één inkomen telt — €180.998 minder, meer dan het weggevallen inkomen zelf zou doen vermoeden. Dat bedrag komt uit onze eigen rekenengine op de rentestand van 24 september 2026 (4,30%), de laagste rente bij de aanbieders die wij volgen — die van jou kan hoger liggen — en bevat de verhoging die een aanbieder bij een alleenstaand toetsinkomen mág toepassen — een verstrekker mag ervan afwijken. Indicatie, geen advies en geen aanbod. Alle vijf scenario’s staan hieronder, elk met de aanname erbij.

Het basisscenario voor alle bedragen hieronder: twee aanvragers met een bruto jaarinkomen van €52.000 en €38.000, geen andere verplichtingen, een bestaande woning met energielabel C, een annuïteitenhypotheek met NHG, 30 jaar looptijd, 10 jaar rentevast, op de rentestand van 24 september 2026 (4,30% — bij 10 jaar rentevast is dat meteen de toetsrente). Maximale hypotheek: €409.651, bruto maandlast €2.027. Elk scenario verandert precies één ding.

Wat als de rente hoger is dan nu?

De rente werkt op twee momenten, en het zijn twee verschillende sommen. Vóór je koopt bepaalt de rente waarmee getoetst wordt hoeveel je mag lenen: bij een andere toetsrente hoort een ander maximum, want de norm bepaalt per rente- en inkomensband welk deel van je inkomen aan hypotheek mag opgaan. Welke kant het bedrag op gaat, staat niet vast — zie de alinea onder de tabel. In de chat kun je zelf een rente opgeven; de rekenengine rekent daar dan mee en zegt dat erbij (dan staat er geen peildatum, want het is jouw aanname). Dat levert dit op:

Scenario: twee inkomens van €52.000 en €38.000, energielabel C, geen andere verplichtingen; annuïtair, 30 jaar aflossen, 10 jaar rentevast, met NHG. Doorgerekend met onze eigen rekenengine op de rentestand van 24 september 2026 — de laagste rente voor een annuïteitenhypotheek met 10 jaar rentevast, bij de aanbieders die wij volgen — die van jou kan hoger liggen, en dan komt er een ander bedrag uit. De hogere rentes zijn rekenaannames, geen verwachting. Indicaties, geen advies en geen aanbod.
ToetsrenteMaximale hypotheekBruto maandlastVerschil met de basis
4,30% (24 sep 2026)€409.651€2.027—
5,30% (zelf opgegeven)€389.924€2.165− €19.727
6,00% (zelf opgegeven)€371.525€2.227− €38.126

Let op wat er met de maandlast gebeurt: die stijgt terwijl het leenbedrag daalt. Twee dingen werken hier tegen elkaar in, en allebei op je leenruimte. De norm laat je bij een hogere rente een iets groter deel van je inkomen aan hypotheek besteden — dat verruimt je leenruimte. Maar elke geleende euro kost bij een hogere rente ook meer per maand, en dat perkt je leenruimte juist in. In dit voorbeeld wint het tweede, dus daalt het bedrag; dat je maandlast tegelijk stijgt komt van het eerste. Het is geen regel: de tabel werkt met rentebanden, en net over een bandgrens kan een hogere rente juist méér ruimte geven. Daarom beloven we alleen dát het bedrag verandert, niet welke kant het op gaat. Kies je een rentevaste periode korter dan 10 jaar, dan wordt er sowieso met minimaal 5% getoetst — daarom rekent de rekentool standaard met 10 jaar vast.

Ná je rentevaste periode werkt de rente anders: je lening verandert niet meer, je maandlast wel. Loopt je rentevaste periode af en staat de rente dan hoger, dan gaat je maandlast omhoog over wat er op dat moment nog openstaat — zonder dat er iets aan je hypotheek zelf verandert. Hoeveel dat is, hangt af van je restschuld, je resterende looptijd en de rente op dat moment; wat die rente over tien jaar doet, weet niemand. De rentes van vandaag staan op de rentes die wij wekelijks zelf ophalen, en waar je maandlast uit opgebouwd is in waar je maandlast uit bestaat.

Bron: eigen rekenengine — maximale hypotheek met een zelf opgegeven rente, doorgerekend op de rentestand van 24 september 2026. De toetsrente-ondergrens van 5% bij een rentevaste periode korter dan 10 jaar staat in de Tijdelijke regeling hypothecair krediet, art. 3 lid 9 en 10 (BWBR0032503, geldend 1 januari 2026); gecontroleerd 16 september 2026.

Wat als het huis een beter energielabel heeft?

Het energielabel geeft een vast bedrag extra leenruimte, uit een wettelijke tabel: €0 bij label E, F of G, €5.000 bij C of D, €10.000 bij A of B, €20.000 bij A+ of A++, €25.000 bij A+++ en €30.000 bij A++++ (€40.000 met een energieprestatiegarantie van minimaal 10 jaar). Het scenario is dus precies het verschil tussen twee tabelbedragen:

Scenario: twee inkomens van €52.000 en €38.000, geen andere verplichtingen; annuïtair, 30 jaar aflossen, 10 jaar rentevast, met NHG. Extra leenruimte per energielabel volgens de Tijdelijke regeling hypothecair krediet (art. 4 lid 3, geldend per 1 januari 2026). Maximale hypotheek doorgerekend met onze eigen rekenengine op de rentestand van 24 september 2026 (4,30%), de laagste rente bij de aanbieders die wij volgen — die van jou kan hoger liggen. Indicatie, geen advies en geen aanbod.
EnergielabelExtra leenruimte (tabel)Maximale hypotheekVerschil met label C
C (basis)€5.000€409.651—
A€10.000€414.651+ €5.000
A++€20.000€424.651+ €15.000

Meer mógen lenen is niet hetzelfde als meer moeten lenen: de extra ruimte hangt aan de woning, niet aan je inkomen, en je maandlast stijgt mee (€2.027 → €2.052 → €2.101). De volledige tabel en het aparte energiebespaarbudget voor verduurzaming staan in wat een energielabel aan leenruimte oplevert.

Bron: Tijdelijke regeling hypothecair krediet, art. 4 lid 3 (tabel A) (BWBR0032503, geldend 1 januari 2026), gecontroleerd 16 september 2026; de bedragen komen uit onze eigen rekenengine, doorgerekend op 24 september 2026.

Wat als ik een lening aflos — of er juist een bij neem?

Een lopende verplichting gaat rechtstreeks van de maandlast af die je aan hypotheek mag besteden. Voor een doorlopend krediet of persoonlijke lening rekent de NHG-norm met 2% per maand van de oorspronkelijke krediet- of leensom, voor de resterende looptijd van die verplichting — een kredietlimiet van €10.000 telt dus als €200 per maand, ook als je er niets van gebruikt. Wat €200 per maand doet:

Scenario: twee inkomens van €52.000 en €38.000, energielabel C. Doorgerekend met onze eigen rekenengine op de rentestand van 24 september 2026 (4,30%), de laagste rente bij de aanbieders die wij volgen — die van jou kan hoger liggen. Indicatie, geen advies en geen aanbod.
SituatieMaximale hypotheekBruto maandlast hypotheekVerschil
Geen verplichtingen (basis)€409.651€2.027—
Een verplichting van €200 per maand€369.236€1.827− €40.415

Andersom geldt hetzelfde: valt die verplichting weg, dan komt de ruimte terug. Hoe elk type telt — en waarom aflossen bij een studieschuld anders uitpakt dan bij een krediet — staat in de rekenregel per type verplichting. Of aflossen verstandig is, hangt ook af van wat je dan aan eigen geld overhoudt; dat weegt deze pagina niet.

Bron: NHG Voorwaarden & Normen 2026-1, §C.7.16.1 (de 2%-regel; een norm die NHG en hypotheekverstrekkers hanteren, geen wet), gecontroleerd 16 september 2026; de bedragen komen uit onze eigen rekenengine, doorgerekend op 24 september 2026.

Wat als ik in 20 jaar aflos in plaats van 30?

De norm bepaalt hoeveel je per maand aan hypotheek mag besteden; hoeveel lening dat draagt, hangt af van de looptijd. In 20 jaar draagt dezelfde maandlast minder lening dan in 30. Voor dit scenario nemen we een concrete woning van €350.000 met €30.000 eigen geld en energielabel A. Bij 30 jaar past deze woning; bij 20 jaar nét niet meer — en wat je er per maand voor betaalt, verandert flink:

Scenario: woning van €350.000, €30.000 eigen geld, twee inkomens van €52.000 en €38.000, energielabel A; annuïtair, 10 jaar rentevast, met NHG, bijkomende kosten per post (notaris, taxatie en advies geschat, geen vastgesteld tarief). Doorgerekend met onze eigen rekenengine op de rentestand van 24 september 2026 — de laagste rente voor een annuïteitenhypotheek met 10 jaar rentevast, bij de aanbieders die wij volgen — die van jou kan hoger liggen, en dan komt er een ander bedrag uit.
LooptijdHypotheek voor dit huisBruto maandlast
30 jaar€333.082€1.648
20 jaar€331.995 (€1.083 te weinig)€2.065

Korter aflossen betekent dus vooral een hogere maandlast: in 20 jaar kost de hypotheek €2.065 per maand in plaats van €1.648. Of je die kortere looptijd ook krijgt, hangt af van wat je inkomen draagt — in dit voorbeeld (energielabel A) draagt het bij 20 jaar €331.995, en dat is €1.083 minder dan de opzet vraagt; dat verschil zou uit eigen geld moeten komen. Bij 30 jaar past het. Daar staat tegenover dat je over de hele looptijd minder rente betaalt en eerder schuldenvrij bent. Welke kant van die weegschaal zwaarder is, verschilt per persoon; wij laten alleen de bedragen zien.

Bron: eigen rekenengine, financieringsopzet voor een concrete woning met looptijd 30 respectievelijk 20 jaar; €52.000 + €38.000, label A, koopsom €350.000, eigen geld €30.000, bijkomende kosten per post (bij 30 jaar €13.082; notaris, taxatie en advies als marktschatting), rente 4,30% NHG, doorgerekend op 24 september 2026.

Wat als het inkomen van mijn partner wegvalt?

Bij een nieuwe aanvraag wordt dan getoetst op één inkomen. Het percentage van je inkomen dat je aan hypotheek mag besteden hangt af van de hoogte van dat toetsinkomen; de tabel werkt met inkomensklassen, dus binnen een klasse verandert dat percentage niet. Voor een alleenstaande met een toetsinkomen boven €30.000 mág een aanbieder daarnaast €17.000 buiten beschouwing laten bij het vaststellen van de financieringslast (art. 3 lid 8 Trhk). Dat klinkt als minder, maar het werkt de andere kant op: in de uitkomst is het maximaal €17.000 méér leenruimte. Onze rekentool past het toe, een verstrekker mag ervan afwijken. Per saldo blijft het verschil groot:

Scenario: twee inkomens van €52.000 en €38.000 tegenover één inkomen van €52.000, energielabel C, geen andere verplichtingen; annuïtair, 30 jaar aflossen, 10 jaar rentevast, met NHG. In het één-inkomensbedrag zit €17.000 die een aanbieder bij een alleenstaande mág meerekenen (art. 3 lid 8 Trhk); een verstrekker mag ervan afwijken. Doorgerekend met onze eigen rekenengine op de rentestand van 24 september 2026 (4,30%), de laagste rente bij de aanbieders die wij volgen — die van jou kan hoger liggen. Indicatie, geen advies en geen aanbod.
InkomenMaximale hypotheekBruto maandlastVerschil
€52.000 + €38.000 (basis)€409.651€2.027—
Alleen €52.000€228.653€1.132− €180.998

Een lopende hypotheek wordt door zo’n verandering niet opnieuw getoetst — die blijft staan zoals hij is. Dit scenario zegt iets over wat je bij een nieuwe aanvraag zou mogen lenen, en over hoe zwaar een hypotheek op één inkomen drukt als het tweede tijdelijk of blijvend wegvalt.

Bron: eigen rekenengine, label C, NHG, doorgerekend op 24 september 2026; de financieringslastpercentages staan in de Tijdelijke regeling hypothecair krediet, art. 3 en bijlage (BWBR0032503, geldend 1 januari 2026), gecontroleerd 16 september 2026.

Reken je eigen scenario door

Open de chat, laat je situatie doorrekenen en stel daarna je eigen “wat als”: “En als de rente 6% wordt?”, “En met label A?” of “En zonder die lening?”. Voor drie daarvan — een andere rente, een ander energielabel en een verplichting weghalen — zet de chat het verschil op een vergelijkkaart, na een berekening van je maximale hypotheek. Een weggevallen inkomen rekent hij opnieuw door als nieuwe berekening; een andere looptijd kan alleen bij een concreet huis, dus met een koopsom en je eigen geld erbij. Wil je weten of een concreet huis past: kan ik dit huis kopen en hoeveel eigen geld heb ik dan nodig.

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er met mijn hypotheek als de rente stijgt?

Twee dingen, op twee momenten. Vóór je koopt bepaalt de rente waarmee getoetst wordt hoeveel je maximaal mag lenen: in ons voorbeeld (€52.000 en €38.000 bruto, energielabel C) daalt de maximale hypotheek van €409.651 op de rentestand van 24 september 2026 (4,30% met NHG, de laagste rente bij de aanbieders die wij volgen; die van jou kan hoger liggen) naar €389.924 bij 5,30% en €371.525 bij 6%. Indicaties uit onze eigen rekenengine, geen advies en geen aanbod. Ná je rentevaste periode werkt de rente anders: je lening verandert dan niet meer, je maandlast wel — die gaat omhoog over wat er op dat moment nog openstaat. Hoeveel, hangt af van je restschuld, je resterende looptijd en de rente op dat moment. De 5,30% en 6% hierboven zijn rekenaannames, geen verwachting.

Hoeveel meer kan ik lenen met een beter energielabel?

Zolang je inkomen de bindende grens is — en niet de waarde van de woning, die je hypotheek daarnaast apart begrenst — is het precies het verschil tussen de vaste bedragen uit de wettelijke tabel (Tijdelijke regeling hypothecair krediet, art. 4 lid 3, geldend per 1 januari 2026). Een woning met label E, F of G geeft in 2026 €0 extra leenruimte, C of D €5.000, A of B €10.000, A+ of A++ €20.000, A+++ €25.000 en A++++ €30.000 (€40.000 met een energieprestatiegarantie van minimaal 10 jaar). Van label C naar A is dus €5.000 meer, van C naar A++ €15.000 meer — in ons voorbeeld (twee inkomens van €52.000 en €38.000, geen andere verplichtingen) van €409.651 naar €414.651 respectievelijk €424.651, doorgerekend met onze eigen rekenengine op de rentestand van 24 september 2026 (4,30%; annuïtair, 30 jaar aflossen, 10 jaar rentevast, met NHG), de laagste rente bij de aanbieders die wij volgen — die van jou kan hoger liggen. Indicatie, geen advies en geen aanbod.

Wat scheelt het als ik mijn hypotheek in 20 jaar aflos in plaats van 30?

Je maandlast wordt hoger, want dezelfde lening moet in minder jaren worden afgelost. In ons voorbeeld (woning van €350.000, €30.000 eigen geld, twee inkomens van €52.000 en €38.000, label A, en de bijkomende kosten per post — notaris, taxatie en advies geschat, geen vastgesteld tarief) is de hypotheek bij 30 jaar €333.082 met een bruto maandlast van €1.648; bij 20 jaar draagt het inkomen nét niet wat de opzet vraagt maar €331.995 (€1.083 te weinig, dus dat zou extra eigen geld zijn), met een bruto maandlast van €2.065 — doorgerekend met onze eigen rekenengine, annuïtair en met NHG, op de rentestand van 24 september 2026 (4,30%), de laagste rente bij de aanbieders die wij volgen — die van jou kan hoger liggen. Indicatie, geen advies en geen aanbod. Daar staat tegenover dat je over de hele looptijd minder rente betaalt; hoeveel, hangt van de rente over al die jaren af.

Wat als het inkomen van mijn partner wegvalt?

Dan wordt er getoetst op één inkomen. Het percentage dat je aan hypotheek mag besteden hangt af van de hoogte van dat toetsinkomen. Voor een alleenstaande met een toetsinkomen boven €30.000 mág een aanbieder daarnaast €17.000 buiten beschouwing laten bij het vaststellen van de financieringslast (art. 3 lid 8 Trhk). Dat klinkt als minder, maar het werkt de andere kant op: in de uitkomst is het maximaal €17.000 méér leenruimte. Onze rekentool past het toe, een verstrekker mag ervan afwijken. In ons voorbeeld daalt de maximale hypotheek van €409.651 (€52.000 + €38.000) naar €228.653 (alleen €52.000): €180.998 minder — méér dan het weggevallen inkomen zou doen vermoeden, omdat de financieringslastpercentages met het totale inkomen meeschalen. Beide bedragen komen uit onze eigen rekenengine, op de rentestand van 24 september 2026 (4,30%; annuïtair, 30 jaar aflossen, 10 jaar rentevast, met NHG), de laagste rente bij de aanbieders die wij volgen — die van jou kan hoger liggen. Indicatie, geen advies en geen aanbod. Een lopende hypotheek wordt door zo'n verandering niet opnieuw getoetst; dit gaat over wat je bij een nieuwe aanvraag zou mogen lenen.

Zeggen deze scenario's wat ik moet doen?

Nee. Ze laten zien wat de rekenregels doen als één ding verandert, bij één voorbeeldsituatie en de rente van één peildatum. Of korter aflossen, een zuiniger huis of het aflossen van een lening bij jou past, is een afweging voor jou en, waar nodig, een adviseur. Het zijn indicaties uit onze eigen rekentool — geen advies en geen aanbod.

Dit is informatie, geen advies. Simpel in Hypotheken is een rekentool. De scenario’s hierboven laten zien wat de rekenregels van 2026 doen bij één voorbeeldsituatie en de rente van één peildatum — geen renteverwachting, geen aanbod, geen persoonlijk financieel advies en geen aanbeveling voor een looptijd, een woning of het aflossen van een lening. Een hypotheek is een lening met kosten en verplichtingen voor de lange termijn. Hoe we rekenen: hoe wij rekenen. Zie ook onze disclaimer.


Laatst gecontroleerd: 16 september 2026. De klikbare bronnen staan hierboven bij elk scenario: Tijdelijke regeling hypothecair krediet (BWBR0032503, art. 3 en 4, geldend 1 januari 2026) · NHG Voorwaarden & Normen 2026-1. De euro-bedragen komen uit onze eigen rekenengine, doorgerekend op 24 september 2026. Normen wijzigen jaarlijks, de rente wekelijks; controleer altijd de datum bij een bedrag.